Aanbevolen: zo mooi en ontroerend geschreven!

Een halve dochter...

vrijdag 12 oktober 2018

Roeping gemist...?

Eind september 2018 werd ik benaderd door een derdejaars studente Verpleegkunde van het Nova College in Hoofddorp met de vraag of zij en een medestudente mij mochten interviewen over mijn ervaringen als transgender met verpleegkundigen. Heel concreet: hoe word ik - als transgender - bejegend door verpleegkundigen? Mijn naam hadden ze doorgekregen van iemand die mij 'kent' via Facebook. Kortom, social media heeft, naast de soms ruwe kantjes, ook zeker zijn goede kanten.
Ik ben altijd bereid om vragen te beantwoorden en iets over mezelf te vertellen; ik ben ook altijd heel open geweest over mijn transgender-zijn, dus ja, ik wilde dit graag doen.
De betreffende studente stelde voor het interview op school te doen plaatsvinden, dan wel op een andere openbare plek. Dat vond ik een heel verstandig voorstel! Als ik voor het eerst met mensen afspreek die ik alleen virtueel ken, dan gaat mijn voorkeur ook zeker uit naar een openbare, liefst drukke, plek. Kortom, ik vond het een prima idee om op haar school af te spreken.
En zo toog ik woensdagmiddag 26 september 2018 naar het Nova College in Hoofddorp. Aangezien mijn oriëntatievermogen niet al te best is (ik kan ook echt niet 'kaartlezen' ) vertrouwde ik op mijn autonavigatie. Helaas ging dat niet helemaal vlekkeloos en kwam ik weliswaar terecht in de buurt van de school, maar nog niet bij de school zelf. Dan maar parkeren en lopen, vertrouwend op Google Maps. Enfin, mensen die mij een beetje kennen, weten dat ook dat geen garantie is dat ik dan de weg vind. Gelukkig belde de studente mij op terwijl ik op straat aan het dolen was en zo praatte zij mij in de goede richting en kon het interview plaatsvinden. Het was een leuk interview met goede vragen, die ik naar eer en geweten heb beantwoord. Na afloop hebben we nog even wat nagepraat. Daarbij gaf ik aan dat als zij dat leuk zouden vinden, ik hun presentatie wel wilde bijwonen en dat ik dan ook iets over mezelf zou vertellen, mede omdat beide studentes aangaven niet eerder een transgender 'in het wild' te hebben ontmoet; ik was de eerste. Ze zouden dat met de klas en de betreffende docente bespreken.
Na een paar dagen kreeg ik een mailtje dat de klas en de docente het leuk zouden vinden als ik woensdag 10 oktober om 10:00 uur aanwezig kon zijn. En zowaar reed ik dit keer in één keer goed naar het Nova College (ter compensatie reed ik de terugweg verkeerd, maar dat terzijde ;-) ) waar ik in de hal werd opgewacht door het groepje dat 'transgender' als onderwerp had gekozen. Ik installeerde mij veilig achterin de klas, naast de docente en luisterde geïnteresseerd naar de presentatie, waarin ik mijn antwoorden herkende. Na afloop van de presentatie heb ik mezelf kort voorgesteld, het één en ander aangevuld naar aanleiding van de presentatie en heb ik aan de hand van vragen uit de klas het nodige over mijzelf verteld. Terloops kwam ter sprake dat ik in mijn vorige leven docent(e) Nederlands ben geweest. Ik vond het een leuke groep, oprecht geïnteresseerd met goede, diverse vragen en met de nodige interactie. Aan het einde van de les had één studente nog een laatste vraag: of ik geen interesse had om op het Nova College als docente Nederlands aan de slag te gaan, want het Nova College zocht nog een docent(e) Nederlands, ook voor deze groep. Zij kreeg bijval van andere klasgenoten. Dat vond ik zo lief...! Blijkbaar had ik een goede indruk achtergelaten. Een fractie van een seconde schoot het door mijn hoofd, want ja, ik heb ooit gekozen voor een baan in het onderwijs en ja, ik vind het nog steeds leuk om anderen iets te leren. Maar ja, ik heb al een leuke baan als IT'er bij het Nationaal Archief. Wel heb ik mij voorgenomen om dit soort bijeenkomsten op scholen vaker te gaan doen, want ik merk wel dat ik het erg leuk vind om te doen, dat het mij energie geeft én dat er nog veel misverstanden zijn over transgenders. Zou ik dan toch mijn roeping hebben gemist?

Liefs, Remke xxx



zaterdag 8 september 2018

Twee levens...

Een wijze vrouw (of was het een man? ;-) ) heeft eens gezegd:"Een mens heeft twee levens en dat tweede leven begint, als men zich realiseert slechts één leven te hebben." Ik zal het hier niet hebben over katten, waarover wordt gezegd dat deze maar liefst negen levens hebben.
Met andere woorden, in tegenstelling tot katten moeten wij mensen het op deze aardkloot doen met één leven. Aangezien ik als atheïst niet geloof in een hiernamaals, beperkt mijn aantal levens zich inderdaad tot één! Echter ondanks het gegeven dat ook ik maar één leven tot mijn beschikking heb en ik inmiddels ver over de helft ben, heb ik toch sterk het gevoel aan mijn tweede leven te zijn begonnen, zonder mijn eerste leven te ontkennen. Mijn eerste leven startte met de geboorte van Remco, dat lieve kleine 'jongetje', getuige de vele foto's in mijn baby fotoboek, dat jaren heeft geworsteld met zijn/haar gevoelens, met zijn/haar identiteit in een tijd dat het woord 'transgender' niet bestond, internet nog moest worden uitgevonden en op transseksualiteit een taboe rustte. Ik ga jullie hier niet vermoeien met mijn lange en moeizame zoektocht naar mezelf, want daar heb ik immers al zo veel woorden aan gewijd in een groot deel van mijn blogposts.
Wat cruciaal is, is dat ik op maandag 6 juni 2016 eindelijk mijn worsteling en zoektocht heb beëindigd met het laten aanpassen van mijn geslacht en mijn voornamen in de BasisRegistratie Personen (BRP), waarmee ik ook voor de wet eindelijk werd wie ik al die jaren was, een vrouw! Kortom, de geboorte van Remke Charlotte. En daarmee begon feitelijk mijn tweede leven, want heel veel dingen moest ik opnieuw leren en ontdekken, dingen die voor veel vrouwen vanzelfsprekend zijn, maar voor mij in het geheel niet. Dat varieert van hele triviale dingen als met een lange rok naar het toilet gaan (rok naar beneden of juist omhoog?) tot het voor de eerste keer omkleden in een dameskleedkamer. Dat laatste klinkt zo eenvoudig, maar ik moest echt even - zowel letterlijk als figuurlijk - een drempel over. Ik kan dan weliswaar voor de wet zijn erkend als vrouw en een paspoort overleggen met geslacht=F/V, maar ik heb overduidelijk een lichaamskenmerk dat heel veel mensen zonder meer zouden gelijkschakelen aan man-zijn. Afgelopen donderdag deed ik mee aan de jaarlijkse sportdag van mijn werk, maar voor het eerst als vrouw. Ik had een paar jaar niet meegedaan, omdat ik torenhoog opzag tegen mogelijke kleedkamerperikelen. Dit jaar heb ik mij door collega's laten overhalen toch weer mee te doen met die sportdag. Gedurende een paar seconden na het binnengaan van de dameskleedkamer voelde ik mij wat ongemakkelijk, maar dat gevoel was snel weg, aangezien geen van de aanwezige dames acht sloeg op mij. En ja, waarom zouden ze ook?
En zo zijn er nog heel veel dingen die ik als Remke, als vrouw, voor het eerst ga doen en die voor mij deels niet zo spannend zijn, deels een beetje spannend zijn (bijvoorbeeld zwemmen) en die deels heel spannend zijn (bijvoorbeeld douchen in een gezamenlijke damesdoucheruimte). En daarmee heb ik voor mijn gevoel wel degelijk een tweede leven met heel veel dingen die ik nog moet ontdekken als vrouw. Het contrast met mijn eerste leven, een leven dat ik overigens niet wil ontkennen noch waar ik spijt van heb, had ook niet groter kunnen zijn: van een teruggetrokken en verlegen kind, puber en volwassene ben ik veranderd in een trotse én gelukkige vrouw die 'ongemakkelijke' situaties niet meer uit de weg gaat, zichzelf is en er geen moeite mee heeft om - waar nodig - in het middelpunt van de belangstelling te staan. Ik geef toe, ik kan niet op tegen de negen levens van een kat, maar voor mij volstaan vooralsnog twee levens.

Liefs, Remke xxx

zondag 12 augustus 2018

Waarheen, waartoe...?

Twee maanden geleden ging het niet optimaal met mij. Voor mijn gevoel ging het best wel lekker, maar mijn lichaam dacht daar klaarblijkelijk anders over: hartkloppingen, vermoeidheid, huilbuien en regelmatig hoofdpijn. Deze verschijnselen hadden veel weg van een naderende burn-out, terwijl ik het op mijn werk erg naar mijn zin heb en ik niet het gevoel had overwerkt of gestresst te raken. Sterker, ik nam regelmatig een dag vrij om een extra lang weekend te hebben. Wel is het zo dat mijn laatste vakantie dateert van de zomer van 2015, simpelweg omdat ik geen zin heb in een vakantie in mijn uppie. Niks aan de hand, want ik neem mijn vakantiedagen wel gewoon op.
Waar kwamen die verschijnselen dan wel vandaan? Eerlijk gezegd weet ik het niet precies. Deels zijn het bijwerkingen van de hormonen die ik slik, hormonen die vreemde dingen uithalen met mijn lijf, deels heb ik misschien toch wat te hard gewerkt de afgelopen maanden (de 'ideale' manier om gevoelens weg te drukken [heb ik jarenlang ervaring mee; werkt goed]) en wellicht toch te weinig vrij genomen. Maar een belangrijke oorzaak is - na een 'navelstaarsessie' - het besef dat ik feitelijk mijn transitie, zowel sociaal als qua medische traject, heb afgerond. Ik sta weliswaar nog onder controle van het VUmc (onder andere periodieke analyse van mijn bloed) en ja, ik volg nog logopedie (maak ik een beetje een potje van en ja dat krijg ik regelmatig te horen van mijn logopodiste [maar dat terzijde]), maar in wezen ben ik 'uitbehandeld' en wordt nu van mij verwacht (of verwacht ik dat van mezelf) dat ik mijn nieuwe leven als Remke, als vrouw, verder vorm ga geven. En dat valt toch niet mee. Ik ben vorig jaar september verhuisd naar het voor mij onbekende Alphen aan den Rijn, waar ik een hele leuke woning heb gekocht (was tijdens de eerste bezichtiging direct verliefd), maar ik ben toch wat losgezongen geraakt van mijn oude sociale omgeving: mijn ex en mijn twee volwassen kinderen wonen in Zoetermeer. Weliswaar wonen vrienden van mij een straat verder, maar ik merk dat het toch energie vergt om in een nieuwe stad je draai te vinden én om een nieuw sociaal netwerk op te bouwen. Ik kies er bewust voor wat los te komen van 'onze' (mijn ex en ik) gezamenlijke vriendenkring. Ik wil graag een nieuw sociaal netwerk opbouwen, voor een deel ook in de transgender community. Want laten we wel wezen, dat is toch de groep vanwaar ik de meest steun  en het meest begrip kan verwachten en waar de kans dat ik een nieuwe partner tegen het lijf loop wat groter is dan daarbuiten. Die nieuwe fase in mijn leven rammelt nu aan mijn voordeur, inclusief het besef dat ik daar zelf veel energie en tijd in moet steken. Ik denk dat mijn lichaam dat eind mei, begin juni probeerde duidelijk te maken. Nu dat besef er is en ik daadwerkelijk acties onderneem op dat vlak, merk ik dat een aantal verschijnselen is verminderd, waaronder die vermaledijde hartkloppingen en de periodieke hoofdpijn. De huilbuien zijn gebleven, maar dat is volgens mij echt een hormonendingetje; die neem ik graag voor lief. Tenminste, als ik alleen thuis ben, liever niet in gezelschap... ;)
Kortom, ik timmer actief aan de weg van mijn sociale netwerk. Waarheen die weg leidt, dat weet ik nog niet, maar dat zal de tijd leren...

Liefs, Remke xxx

vrijdag 8 juni 2018

ASICS

ASICS, Anima Sana In Corpore Sano, oftewel, een gezonde ziel in een gezond lichaam. Lichaam en geest in balans. That's me, althans, dat heb ik lange tijd gedacht. De laatste weken echter heb ik het gevoel dat mijn lichaam mij in de steek begint te laten, terwijl het tussen mijn oren prima zit. De laatste tijd voel ik mij vermoeid, heb ik af en toe hartkloppingen en huilbuien, ben ik meer vergeetachtig dan normaal en word ik regelmatig geplaagd door hoofdpijn. Maar voor al die losse verschijnselen had ik - that's me as well - natuurljk wel een verklaring: die vermoeidheid komt doordat ik slecht slaap (slaap al jaren slecht; ik weet niet meer wanneer ik voor het laatst een nacht heb doorgeslapen), die hartkloppingen komen doordat ik abrupt ben gestopt met hardlopen, de huilbuien door het slikken van hormonen en de hoofdpijn doordat ik te weinig drink. Kortom, ik kan alles rationeel verklaren. Toen ik dit aan een goede kennis vertelde, zei zij dat die verschijnselen in samenhang mogelijkerwijs duiden op een naderende 'burn out'. Daar schrok ik best van, maar na een eerste ontkenning (ben ik ook goed in) drong het langzaam tot mij door dat dit wellicht heel dicht tegen de waarheid aanschurkt.
Immers, in een periode van slechts twee jaar heb ik mijn leven volledig op zijn kop gezet: van een brave, getrouwde burgerman met twee kinderen, een hond en een 7-persoons gezinsauto met schuifdeuren ben ik 'veranderd' in een gescheiden, alleenstaande vrouw, woonachtig in een 'vreemde' stad. Mijn kinderen (en de hond) zie ik sporadisch. Mijn geest lijkt daar overigens prima mee om te gaan, maar mijn lichaam begint nu te protesteren. Mijn analyse is dat ik mijzelf geen tijd heb gegund om aan deze drastische veranderingen te wennen; ik heb geen tijd genomen voor enige contemplatie. Gewoon doorgaan is altijd al mijn motto geweest. In mijn hoofd gaat het zoals gezegd prima: ik heb prachtige herinneringen aan die mooie lentedag in juni 2016 (0606), de dag waarop ik mij met mijn pas verworven "deskundigenverklaring transgender" meldde bij het gemeentehuis van Den Haag om officieel in mijn geboorteakte mijn geslacht te laten aanpassen van M(an) naar V(rouw) en mijn voornaam van Remco naar Remke Charlotte. En ook op de twee jaren die daarop volgden, kijk ik met voldoening terug, althans mijn ziel. Ik dacht mijn leven op dit rit te hebben, vond dat ik lekker in mijn vel zat. Kortom, ik zag de toekomst met vertrouwen tegemoet. Mijn lichaam denkt daar blijkbaar geheel anders over. De zelfmoord van mijn oudste broer begin januari van dit jaar kwam daar ook nog eens overheen. Ik heb in één week de begrafenis geregeld en daarna door met mijn leven, of beter met mijn werk. Mijn laatste vakantie dateert uit 2015!? Heel af en toe moet ik aan mijn broer denken die - goed beschouwd - (ook) in zijn werk vluchtte, hetgeen hem uiteindelijk fataal werd. Ik wil natuurlijk niet in zijn voetsporen treden. De lichamelijke signalen zijn duidelijk en ik ben mij ervan bewust dat ik nu actie moet ondernemen om het tij te keren. Ik ben er op tijd bij om mijn lichaam weer in balans te brengen met mijn ziel, ASICS. Ik weet nog niet precies hoe dat voor elkaar te krijgen, maar onderkenning van het probleem is de eerste en belangrijkste stap.
Word vervolgd.

Liefs, Remke xxx


woensdag 21 maart 2018

Het is mevrouw....!

Met ingang van 6 juni 2018 is het twee jaar dat ik voor de wet als vrouw door het leven ga. Ik heb jullie deelgenoot gemaakt van de weg die ik heb afgelegd om te geraken waar ik nu sta. Was het een lange weg? Best wel. Was het een moeizame weg? Dacht het wel. Ging het gepaard met verdriet? Zeker. Zou ik het weer doen? Absoluut. Ik weet uit gesprekken met cisgenders (ja, even googelen ;-) ) dat het voor hen erg lastig is om zich voor te stellen hoe het is om geboren te zijn in het 'verkeerde' lichaam. Mijn standaard antwoord is dan dat je je moet voorstellen dat je vanavond naar bed gaat en dat je morgenochtend wakker wordt in het lichaam van het andere geslacht, terwijl je gender, je gevoel man of vrouw te zijn, niet is veranderd. Dat geeft enigszins weer wat ik al die jaren heb doorgemaakt. En dan kun je je ook een voorstelling maken van het gevoel van bevrijding en gelukzaligheid dat zich van mij meester maakte toen eindelijk kon zijn wie ik al die jaren al was, waarbij mijn buitenkant eindelijk enigszins synchroon loopt met mijn binnenkant. Nou ja, binnen de beperkingen van het lichaam dat mij nu eenmaal door moeder natuur is toegewezen.
En natuurlijk is de verleiding groot om mezelf te vergelijken met biologische vrouwen en ook met transvrouwen die het qua 'voorkomen' beter hebben getroffen dan ik. Het gras bij de buren is nu eenmaal altijd groener. Maar het lukt mij steeds beter om die vergelijking los te laten en tevreden te zijn met wat ik heb bereikt en met wie ik nu ben. Want dat is een feit: ik ben nog nooit zo gelukkig geweest als nu, ondanks al de dieptepunten van de afgelopen jaren: het stuklopen van de relatie met mijn jeugdliefde met wie ik 37 jaar lief en leed gedeeld en met wie ik twee prachtige kinderen heb gekregen; het verdriet dat ik anderen heb aangedaan door mijn keuze als Remke door het leven te gaan; de in het begin moeizame relatie met mijn kinderen, die logischerwijs de tijd nodig hadden/hebben om aan het idee te wennen dat hun vader een vrouw is. Natuurlijk blijf ik voor hen 'papa', maar het is natuurlijk wel anders dan toen ik nog gewoon Remco was, geslacht 'man'.
Is het gras dan inderdaad groen genoeg? Gaat alles op rolletjes nu ik als Remke door het leven ga? Is er dan niets te wensen over? Natuurlijk wel. Telefoongesprekken zijn bijvoorbeeld een 'pain in the ass' in die zin dat ik altijd met 'meneer' word aangesproken (tot dusverre een 100% score), terwijl ik mezelf heb aangeleerd de telefoon standaard op te nemen met: "Met mevrouw Verdegem..."  Maar de praktijk leert dat mensen slecht luisteren en toch vooral afgaan op de klank van de stem, want na een paar zinnen is het al snel 'meneer'. Maar eerlijk is eerlijk, als ik mezelf door de telefoon zou horen, zou ik ook 'meneer' tegen mezelf zeggen. Wellicht gloort er hoop aan de einder: ik heb morgen - na een wachttijd van bijna 12 maanden - eindelijk een afspraak bij een KNO arts en een logopediste van het VUmc, teneinde te onderzoeken of mijn stembanden zich lenen voor logopedie om qua frequentie iets hoger uit te komen dan nu het geval is. Een vrouwenstem is zonder chirurgisch ingrijpen te hoog gegrepen, maar het zou al fijn zijn indien mijn stem in een twijfelgebied komt, waarbij de persoon aan de andere kant van de telefoon denkt:"Heb ik nu met een man of met een vrouw te maken?" Ik vertrouw erop dat het opnemen met "Met mevrouw Verdegem..." dan afdoende is. Tot die tijd  - en mochten mijn stembanden toch niet te vermurwen zijn met logopedie - maar gewoon blijven corrigeren: "Nee, het is niet meneer, het is mevrouw...!"

Liefs, Remke xxx

woensdag 7 maart 2018

Walk a mile in my shoes...

Het is inmiddels 2 maanden geleden dat ik de aangetekende afscheidsbrief van mijn broer op het postkantoor ophaalde, een brief waarin mijn broer aankondigde dat het leven, wat hem betreft, voltooid was en dat hij op Nieuwjaarsdag 2018 een einde aan zijn leven zou maken. Gezien de uitgebreide brief en de details in de brief wist ik direct dat mijn broer niet meer in leven was; ik ontving de brief overigens pas vrijdag 5 januari 2018. De rest is geschiedenis.
Ik heb de eerste weken enorm geworsteld met schuldgevoelens, met de vraag of ik de zelfdoding van mijn 1 jaar oudere broer niet had kunnen en wellicht had moeten zien aankomen. Ik wist dat mijn broer sinds zijn boventallig worden op zijn werk - mijn broer was een zeer deskundig bouwkundige - depressief was en dat hij anti-depressiva slikte en gesprekken voerde met psychologen om zijn depressie te boven te komen. Geen seconde heb ik gedacht aan de mogelijkheid dat hij als resultante van die depressie zijn leven zou beëindigen.
Mensen om mij heen verzekerden mij dat ik deze onomkeerbare daad nooit had kunnen voorkomen en dat ik de keuze van mijn broer moest respecteren. Zover ben ik echter nog niet, ook niet na 2 maanden. Ja, natuurlijk, ik moet accepteren wat er is gebeurd, maar zijn keuze respecteren...? Moeilijk!
Gevoelens van verdriet, maar ook van boosheid maken zich nog steeds van mij meester, want ja, naast verdriet ben ik heel af en toe ook gewoon boos (of is het onmacht?) dat mijn broer heeft gekozen voor de makkelijke weg, de weg van de minste weerstand. Maar al heel snel realiseer ik mij dat dat toch vooral te maken heeft met mijn eigen onvermogen om mij te verplaatsen in iemand die depressief is. En zeg ik zelf niet regelmatig tegen anderen: "Walk a mile in my shoes, see what I see, hear what I hear, feel what I feel. Then maybe you'll understand why I do what I do. Till then, don't judge me."?  In die zin moet ik toegeven dat ik geen idee heb wat er zich in het hoofd van mijn broer heeft afgespeeld, gedurende die laatste maanden, die laatste weken, die laatste dagen, die laatste uren, die laatste minuten... Het antwoord op de vraag zal nooit meer worden gegeven. Ik zal mij moeten verzoenen met het feit dat mijn broer, met wie ik als kind heel close was, er niet meer is, dat hij niet bij mij (of mijn vader) heeft aangeklopt voor hulp, dat ik dit niet heb kunnen voorkomen en dat hij uiteindelijk heeft gekozen voor een route waarvan hij overtuigd was dat die hem rust zou brengen. Heel langzaam dringt het besef tot mij door dat ik niet kan en niet mag oordelen over het besluit van mijn broer om zijn leven eigenhandig te beëindigen. De pijn blijft...


Liefs, Remke xxx

vrijdag 12 januari 2018

Ondanks alle goede wensen voor het nieuwe jaar die ik heb mogen ontvangen, had 2018 voor mij een buitengewoon verdrietige start in petto met het overlijden van mijn 1 jaar oudere broer Ralph, die in de nacht van 2 op 3 januari 2018 zichzelf van het leven beroofde. Mijn hart stond even stil toen ik vrijdag 5 januari zijn afscheidsbrief, die hij mij aangetekend had gestuurd, onder ogen kreeg. Begrijpen doe ik het nog steeds niet en er vrede mee hebben, is ook echt nog een brug te ver.  
Donderdag 11 januari 2018 vond zijn crematie in besloten kring plaats. Daarbij heb ik onderstaande tekst voorgedragen:

“Over de doden niets dan goeds

Ooit waren Ralph en ik onafscheidelijk. We deden echt alles samen. Het is dat het toilet te klein is voor twee, anders hadden we dat ook nog samen gedaan. We knikkerden samen met andere kinderen, waarbij we een soort van vals speelden: ik waagde op de pot en Ralph maakte het dan af of vice versa. De andere kinderen wisten namelijk niet dat Ralph en ik broertjes waren. Waren we feitelijk ook niet. We waren broer en zus, maar dat wist Ralph toen nog niet. Ik trouwens ook niet.

Ik kan mij nog heel goed een binnenbrandje herinneren op een vroege zondagmorgen in Ede, waarbij Ralph en ik met klappertjes speelden en het ons een goed idee leek om in een donker hoekje achter een pluche speelgoedbeer een klappertje te doen afgaan met een speelgoed kaartjesknipper van een conducteur. Gevolg: een speelgoedbeer die in brand en pa die uit bed vloog. Ik denk dat het mijn idee was en al was het Ralph’s idee, dan was het alsnog mijn idee. Immers, over de doden niets dan goeds.

Ook hebben we vele uren samen tafeltennis gespeeld op een doe-het-zelf tafeltennistafel in de eetkamer op de Troelstralaan in Delft. Tientallen pingpongballetjes hebben we versleten. Een andere balsport waar we samen ook heel veel plezier aan hebben beleefd, was biljarten (inmiddels woonden we op de Wijnberg in Zoetermeer). De biljarttafel was een cadeau van oom Paul, als ik het mij goed herinner. Werkelijk geen idee hoeveel tijd Ralph en ik hebben besteed aan het vervolmaken van onze biljarttechnieken, maar in ieder geval hebben we heel veel uurtjes samen opgetrokken.

En natuurlijk mag het darten niet ongenoemd blijven, waarbij we het dartbord – toen eenmaal bleek dat wij geen Raymond van Barneveld in de dop waren -  steeds verder weg gingen ophangen. Op de Wijnberg in Zoetermeer, zelfs een etage hoger en dan maar proberen het bord nog te raken. Natuurlijk moest dat een keer verkeerd gaan, wat prompt ook gebeurde. Daarbij doorboorde het dartpijltje pardoes het raam; dit was nog de tijd van enkel glas. Ik weet niet meer of Ralph nu dat pijltje gooide of ik, maar ik ben natuurlijk graag bereid de schuld op mij te nemen. Immers, over de doden niets dan goeds.

Helaas zijn Ralph en ik elkaar vele jaren geleden uit het oog verloren, niet alleen letterlijk (Lochem ligt nu eenmaal niet direct om de hoek), maar ook figuurlijk (we waren simpelweg uit elkaar gegroeid). Opvallend daarbij is wel dat Ralph als enige direct positief reageerde op mijn berichtje dat zijn 1 jaar jongere broertje voortaan als zijn 1 jaar jongere zusje door het leven ging. Ralph was eerlijk gezegd de laatste persoon van wie ik die reactie had verwacht. Ik hield rekening met zijn karakteristieke, weinig genuanceerde reactie, maar niets van dat alles. Hij zei mij volledig te steunen. Dit was in de tijd dat hij nog met Samira was.

Het contact met Ralph bleek echter broos en moeilijk te onderhouden, ofschoon ik de laatste jaren op regelmatige basis contact had met Ralph. Zijn verjaardag was voor mij een vast moment om hem te benaderen. Soms kreeg ik een reactie, soms niet. En ook oud en nieuw was zo’n terugkerende gebeurtenis waarbij ik contact zocht met Ralph. Mijn laatste berichtje aan hem, waarbij ik een reactie terugkreeg dateert van 3 juni 2017, zijn 59ste verjaardag. Een simpel “Remke bedankt” viel mij ten deel toen ik hem feliciteerde, ook zo typerend voor Ralph, iemand van weinig woorden. Mijn berichtje van 22 december 2017, waarbij ik hem fijne kerstdagen toewenste en ik de wens uitsprak dat 2018 hem beter gezind zou zijn dan 2017, heeft hem helaas niet meer bereikt; zijn telefoon stond toen blijkbaar al uit. Of 2018 hem daadwerkelijk ook beter gezind is geweest, dat laat ik graag in het midden. Immers, over de doden niets dan goeds. Hoe het ook zij, ik ga Ralph missen, wij gaan Ralph missen en we zullen het voortaan moeten doen met onze dierbare herinneringen aan hem."


Alphen aan den Rijn, 11 januari 2018

;;