Aanbevolen: zo mooi en ontroerend geschreven!

Een halve dochter...

donderdag 20 juli 2017

Een halve dochter...

Dit keer geen blogpost van eigen hand, maar een stuk geschreven door Wisanne van 't Zelfde, masterstudent Journalistiek en Media aan de Universiteit van Amsterdam, naar aanleiding van het verschijnen van de rapportage van het Centraal en Cultureel Planbureau (mei 2017) over de positie van transgender personen in Nederland. Uit dat rapport komt naar voren dat transgenders het lastig hebben op de arbeidsmarkt en op de arbeidsvloer. Dit geldt met name voor transvrouwen. Wisanne besloot hier een artikel aan te wijden door een transgender te interviewen over zijn/haar ervaringen op de werkvloer. Ik was een paar weken geleden reeds geïnterviewd door een journaliste van Trouw naar aanleiding van de rapportage van het SCP en Wisanne had mijn naam gekregen van deze journaliste. Het artikel van Wisanne heeft een wat afwijkende vorm: is vooral verhalend geschreven. Ik vind het persoonlijk een heel mooi verhaal geworden, waarbij ik regelmatig een traantje moest wegpinken, zo terugkijkend op mijn leven...


Een halve dochter
Wisanne van ’t Zelfde

Remke Verdegem (1959) kijkt op haar horloge. Het is 6 uur. Tijd om naar huis te gaan, weet ze. Ze zit al sinds kwart over 7 in haar kantoor van het Nationaal Archief in Den Haag. Ze is alleen. Haar collega Yvette Hoitink (1975), die aan het bureau tegenover haar zit, is allang naar huis. Terug naar haar gezin, naar haar privéleven. Maar het privéleven van Remke speelt zich af op kantoor. Dat is de plek waar ze zichzelf kan zijn. Remke staat op. Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug.
Remke steekt het plein bij Den Haag Centraal over en loopt naar de trein die haar naar haar huis in Zoetermeer zal brengen. Korte tijd later staat ze voor haar voordeur. Ze diept haar sleutel op uit haar broekzak. Nog even kijkt ze naar haar paarse nagellak. Paars is haar lievelingskleur. Terwijl ze de deur opent, luistert ze scherp. Behoedzaam stapt ze naar binnen. Vanuit de slaapkamers van haar zoon en dochter klinkt muziek. Dan is de kust veilig. Remke rent de trap op, de badkamer in, doet de deur op slot. Weer gelukt.
Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug. Uit het badkamerkastje pakt ze make-upremover. Nog een keer kijkt ze in de spiegel. Dan veegt ze met snelle halen haar gezicht schoon. De nagellak laat zich wat lastiger verwijderen. Remke poetst door. Het moet eraf. Eraf. Als ze klaar is, kijkt ze in de spiegel. Twee verdrietige ogen kijken terug. Ze opent de badkamerdeur. Precies op dat moment stapt haar zoon uit zijn slaapkamer. “Hé, papa!”

Toen Remke geboren werd, wisten haar ouders niet dat zij een meisje was. Ze lieten haar inschrijven als Remco Verdegem. Zelf wist Remke het maar al te goed. Ze was niet zo stoer als haar twee broers. Niet dat ze dat wilde zijn. Wat had ze daaraan? Zij had interesse in heel andere dingen. Maar Remke vertelde niemand dat ze een meisje was. Zelfs niet aan haar moeder, die haar altijd heel subtiel wees op radio-uitzendingen over transgenders. Toen Remke rond haar twintigste verkering kreeg met een meisje, vertelde ze over haar voorliefde voor vrouwenkleding. Begreep haar vriendin haar? In ieder geval vond ze het goed dat Remke af en toe naar een verenigingsavond van Transseksualiteit en Travestie ging. 
In 1979 startte Remke met een opleiding Andragologie aan de Universiteit van Amsterdam. Wat dat is? De leer van het begeleiden van volwassenen naar autonomie. Na een ICT-studie ging Remke aan de slag bij de ICT-afdeling van het Nationaal Archief. Een echte mannenwereld. Jacqueline Slats (1963), haar leidinggevende, had na een jaar of tien door dat Remke eigenlijk geen man was. Zelfs al stelde ze zich voor als Remco en was ze kalend. Make-up. Heel subtiel. Maar toch. Make-up. Schoenen met hakken. Geen hoge hakken. Maar toch. Hakken. 
Jacqueline ging vragen stellen. Lastige vragen. Nu tien jaar geleden. En toen vertelde Remke het. Dat ze wel een man is, maar toch houdt van make-up en vrouwenkleding. Dat haar twee kinderen haar wel als papa zien, maar dat ze nooit zichzelf kan laten zien aan hen. Dat ze iedere dag de trap op rent naar de badkamer. Stiekem, zodat de kinderen haar make-up niet zien. Voor de kinderen is ze papa. En dat wil ze zo graag blijven. Voor hen.
My god, hoe vermoeiend moet dat zijn, dacht Jacqueline. Twee levens in één leven. Twee identiteiten in één lichaam. Een dubbelleven. Jacqueline wist niet veel over transgenders. Ze kende er niet een, behalve Remke dan nu. Maar Jacqueline leerde veel bij. Remke hield haar mond tegenover haar ouders, haar broers, haar kinderen. Om hen te beschermen. En uit angst. Angst voor afwijzing. Maar met Jacqueline kon ze goed praten. 
Natuurlijk zagen haar collega’s ook de nagellak van Remke. En de make-up. Ook Yvette Hoitink. En toch had ze niet door dat de Remco die ze kende eigenlijk een vrouw wilde zijn. Die make-up, het hoorde bij hem. En ze accepteerde dat. Zonder er over na te denken. 
Ongeveer vijf jaar geleden had ze een gesprek met een collega. Over transgenders. Yvette vertelde dat ze geen transgenders kende. “Maar je kent Remco toch?”, riep de collega uit. “O, vandaar die nagellak en oogschaduw”, zei Yvette. Ze had er gewoon nooit bij stilgestaan. En zo ging Remkes transitie door, eigenlijk zonder dat iemand het in de gaten had. 
In 2009 kregen alle werknemers een cursus over sociale media. En de opdracht een blog te beginnen. Remke blogde mee. Eerst over haar digitale activiteiten en haar jeugdliefde die contact met haar had opgenomen. Daarna over haar onzekerheid. Haar gevoel anders te zijn. Haar gevoel transgender te zijn. Haar gevoel een vrouw te willen zijn. Collega’s volgden haar blog. En snapten toen dat de Remco die ze kenden eigenlijk geen Remco was. Maar Remke, ook al hadden ze toen nog nooit van die naam gehoord.
Steeds vaker liet Remke haar mannenkleding in de kast hangen en kwam in genderneutrale kleding naar haar werk. Een skinny jeans. Een truitje, waarvan je niet kon zeggen of het voor een vrouw of voor een man was gemaakt. Langzaamaan maakte de skinny jeans plaats voor een rokje. De cowboyschoenen werden vervangen door sandaaltjes. Iedere ochtend kwam Yvette Remke tegen in het damestoilet. Draaiend voor de grote spiegel. Keurend. “Hoe staat me dit?”, vroeg ze dan aan Yvette. 
De meeste collega’s reageerden positief op de transitie van Remke. Een mannelijke collega verscheen plotseling ook met nagellak op het werk. “Waarom doe je dat?”, vroeg Jacqueline. “Voor Remco, een beetje mental support”, was het antwoord. Een andere man stapte op Remke af. “Jeetje, wat tof dat jij jezelf durft te zijn. Ga daar mee door.” Collega’s van wie een kind transgender is, vroegen Remke om advies.
En toch. Zoals in iedere organisatie waren er ook collega’s die de situatie moeilijk vonden. Een mannelijke collega zei tegen Jacqueline dat het toch echt niet kon. Een opgemaakte man met een kaal hoofd. Wat moesten de relaties daarvan denken. “Dat vind ik echt jouw probleem”, antwoordde Jacqueline. “En ik ga er ook niets mee doen.” Sommige collega’s vonden het ongemakkelijk. Praat er dan met Remco over, was Jacquelines advies. 
Het enige wat Jacqueline echt moeilijk vond, was een collega die er lacherig over deed. Hij noemde Remke een vreemde vogel. “We zijn toch allemaal vreemde vogels”, zei ze tegen de betreffende collega. “Jij net zo goed.” Met Remke besprak ze deze reacties niet. De negatieve reacties waren toch maar op één hand te tellen. 
Uiteindelijk besloot Remke een pruik te dragen. En toen was ze helemaal vrouw. Het plaatje klopt nu, dacht Yvette. Op haar blog organiseerde Remke een prijsvraag. Wie bedacht haar nieuwe naam? De naam moest wel op Remco lijken. En zo werd het Remke. Moeilijk voor Yvette, wier man Remco heet. Die naam ligt altijd voorin haar mond. Maar ze doet haar best. Net als haar collega’s. De meeste dan. Als tweede naam koos Remke Charlotte, naar haar overleden moeder. De moeder die op jonge leeftijd overleed en nooit geweten heeft dat ze een dochter heeft. Maar misschien toch wel. Moeders weten alles.
Ook voor Remke zelf was het even wennen. Vrouw zijn. Samen met Yvette liep ze naar een restaurant vlakbij kantoor. “Wat heb ik het toch koud”, zei Remke. “Ja, dat komt omdat je nu vrouw bent, vrouwen hebben het altijd koud”, was Yvettes antwoord. Dat kan toch niet, dacht Remke hardop. Alleen omdat ik nu rokjes draag en make-up op heb? Yvette keek haar aan. “Maar je slikt nu toch hormonen?” 
Voor haar collega’s was ze Remke. Maar haar vader noemde haar nog steeds Remco. Omdat hij geen Remke kende. Daarom belde Remke op een lentedag in 2014 haar vader, die al in de tachtig was, op. Ze spraken af om te lunchen. Die ochtend kleedde Remke zich als zichzelf. Enkellaarsjes met kleine hakjes, sieraden, make-up, nagellak. Zodat ze niet in de verleiding zou komen niets te zeggen tegen haar vader. Zodat er geen weg terug meer zou zijn. Zenuwachtig drukte ze op de bel naast de voordeur. Haar vader deed open. “Hallo Remco, kom binnen.”
Ze dronken koffie. Remke was nerveus. Zag hij niets aan haar? Blijkbaar niet. Tot het moment dat ze zijn nieuwe telefoon van hem aanpakte. “Je draagt nagellak.” En zo vertelde Remke haar verhaal. Over haar jeugd, waarin ze met niemand kon delen dat ze liever een meisje wilde zijn. Over haar liefde voor nagellak, vooral voor paarse nagellak. Over haar eenzaamheid, maar ook over de steun die ze kreeg op haar werk. En haar vader luisterde. Hij was verbaasd. Had nooit iets gemerkt.
Maar het maakte voor hem geen verschil, zei hij. En ze had het best eerder mogen vertellen. Zo ruimdenkend was hij echt wel. Remke hoorde hem aan. Allerlei gevoelens vochten om voorrang. Opluchting. Verbazing. Vreugde. “Eigenlijk”, vertrouwde hij haar toe, “heb ik altijd al een dochter willen hebben. En nu heb ik een halve dochter.”  

Remke Verdegem kijkt op haar horloge. Het is 5 uur. Tijd om naar huis te gaan, weet ze. Ze zit sinds half 9 in haar kantoor van het Nationaal Archief in Den Haag. Tegelijk met haar collega’s gaat ze weg. Terug naar haar dochter, die bij haar woont sinds ze scheidde van haar vrouw. Terug naar haar privéleven. Thuis. Daar speelt zich het privéleven van Remke af. Dat is de plek waar ze zichzelf kan zijn. Remke staat op. Ze kijkt in de spiegel. Twee opgemaakte ogen kijken terug.
Remke steekt het plein bij Den Haag Centraal over en loopt naar de trein die haar naar haar huis in Alphen aan den Rijn zal brengen. Korte tijd later staat ze voor haar voordeur. Ze diept haar sleutel op uit haar broekzak. Nog even kijkt ze naar haar paarse nagellak. Paars is haar lievelingskleur. Terwijl ze de deur opent, luistert ze of ze haar dochter hoort. Vanuit de slaapkamer van haar dochter klinkt muziek. Remke loopt de trap op. Precies op dat moment stapt haar dochter uit haar slaapkamer. Remke lacht naar haar. “Wat vind je van de rok die ik vandaag draag?”

3 reacties:

Emma Voerman zei

Ja.
Ook tranen

pppatience2012 zei

Mooi geschreven...
*veegt traantjes weg*

Lucy Beugeling-Ramos zei

Wauw...brok in de keel.